Bidden in tijden van crisis en normaal

In een crisis wordt er veel gebeden. Waarschijnlijk meer en intenser dan in ´normale´ tijden. Een vraag die daarbij kan opkomen is: wat gebeurt er als je geen antwoord krijgt op je gebed? Als het niets lijkt uit te maken?

Leestijd: 3-4 minuten

Als je het even niet meer weet, dan blijft er nog één ding over: bidden! Bidden om een wonder, bidden om een teken, bidden om kracht. Wij westerlingen zijn vaak resultaatgericht. Gevormd door marktwerking als we zijn, denken wij in termen van oplossingen, targets en efficiëntie. Op die manier kun je ook gebed benaderen. Alsof je een kwartje in een automaat stopt: je verwacht dat er wat uitkomt. Maar wat dan als alles stil blijft? Als je gebeden blijven ‘hangen’?  Als je niet krijgt waar je om vraagt? Wat doet dat met je geloof en/of je Godsbeeld?

Feit is: er zijn veel, heel veel, verhalen van wonderlijke gebedsverhoringen en ervaringen van Gods ingrijpen. En dat zijn dan alleen nog de opvallende, spectaculaire gebedsverhoringen. Veel vaker staan we niet eens stil bij de gebeden die God allemaal (dagelijks!) verhoord. Maar net zozeer een feit is: er zijn ook héél veel verhalen waarbij gebeden ongehoord en onverhoord lijken te zijn. En daar zit hem de pijn. Nu voert het te ver om hier een theologie van het gebed (en daaraan gerelateerd: het lijden) neer te zetten. In plaats daarvan wil ik een andere opvatting over gebed voor het voetlicht brengen, namelijk deze: dat bidden niet zozeer gaat om de behoefte van de mens, maar om het verlangen van God.

Bidden als antwoord

De grote rabbijn Abraham Heschel schreef: ‘’Er is iets dat veel groter is dan mijn verlangen om te bidden en dat is Gods verlangen dat ik bid. Er is iets dat veel groter is dan mijn wil om te geloven en dat is Gods wil dat ik geloof. Hoe onbelangrijk is mijn gebed te midden van de kosmische processen. Hoe lachwekkend is het om te bidden, tenzij het Gods wil is dat ik bid.’’ Bidden wordt dan meer ons antwoord aan God op zijn verlangen, dan een vraag aan God vanuit onze eigen verlangens.

Een andere rabbijn, Jonathan Sacks, wijst op een bijzondere ontwikkeling in het Bijbelboek Exodus. God doet het ene na het andere wonder voor de Israëlieten: Hij redt ze op spectaculaire wijze van de Egyptenaren, Hij zorgt voor manna en kwakkels en water uit de rots, Hij openbaart zich bij de berg Sinaï. En toch blijven ze maar mopperen, ruzie maken en klagen. Maar dan geeft Hij ze een grote opdracht, in de vorm van een reeks instructies: ze moeten een tabernakel bouwen. Het opvallende is vervolgens dat er tijdens de bouw van de tabernakel geen geruzie en geen geklaag is, maar eenheid, bereidwilligheid, inzet, gulheid. Wat de Israëlieten veranderde, zegt Sacks, was niet wat God voor hen deed, maar wat zij voor God deden.

Bidden verandert ons

Aan de bekende auteur C.S. Lewis, werd eens gevraagd wat hij nu dacht over het gebed, nadat hij gehoord had dat zijn vrouw kanker had. “Gebed schijnt toch niet altijd te werken,” zei de man. C.S. Lewis antwoordde: “Ik bid omdat ik mijzelf niet kan helpen. Ik bid omdat ik hulpeloos ben. Ik bid omdat het gewoon uit me vloeit. Ik bid niet omdat ik op die manier God kan veranderen, maar omdat het gebed mij verandert.”

Gods handelen – in de wereld, de geschiedenis en onze persoonlijke levens- gaat ver boven ons verstand uit. In plaats van het allemaal te willen begrijpen, vraagt God van ons om Hem te vertrouwen. Meer nog dan dat: Hij vraagt ons om Hem te gehoorzamen. En bij dat gehoorzamen hoort bidden. Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk (Rom. 12:12). Wees altijd verheugd, bid onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt (1 Tess. 5:16-18). Allen die hem aanroepen is de HEER nabij, die hem roepen in vast vertrouwen (Psalm 145:18).

Bidden als gewoonte

Het is daarom goed om van gebed een gewoonte te maken, crisis of geen crisis, of je er nu altijd wat bij voelt of niet, want gewoonten vormen een mens. De recent overleden apologeet Ravi Zacharias zei eens: “Gebed is niet het middel om onze wil te verwezenlijken, maar het middel dat God gebruikt om onze wil op orde te brengen, zodat we met blijdschap zijn wil ontvangen.”

Het bekende motto ‘Ora et labora’ (Bid en werk) wordt toegeschreven aan Benedictus van Nursia, de stichter van de orde der Benedictijnen. De Benedictijnen wisselden werken en bidden niet alleen af, maar zagen werken ook als een vorm van bidden. De kerkvader Augustinus gebruikte beide begrippen ook: “Bid alsof alles van God afhangt. Werk alsof alles van jou afhangt.” Maar aan de grondslag van dit bidden en dit werken, ligt dus het verlangen van God, waarop wij reageren.

Bidden doet ertoe

Bidden draagt bij aan de loop van de geschiedenis. Hoe precies, dat is vaak onduidelijk en onzichtbaar. Maar het doet ertoe. De Amerikaanse journalist/schrijver Philip Yancey schreef een dik boek over bidden, waarvoor hij tal van personen interviewde, nadat hij zich afvroeg wat nu precies de zin is van gebed. Hij wijst er op dat Jezus bad alsof het wel degelijks iets uitmaakte, alsof de tijd die Hij aan bidden besteedde ten minste zo veel betekende als de tijd die Hij aan mensen besteedde. Jezus reageerde op Gods verlangen.

Gods verlangen is om deze gebroken wereld heel te maken. Daar werkt Hij aan. En daarbij schakelt Hij ons in. Hij geeft ons opdrachten die ons doen veranderen en groeien: om te bidden en te aanbidden, om een tabernakel te bouwen, om onze naasten lief te hebben als onszelf, om te strijden tegen onrecht. Hij schakelt ons in bij het werk dat Hij begonnen is, waar Hij mee bezig is en wat Hij zal afmaken. En doordat Hij ons, als gebroken mensen  inschakelt, maakt Hij ons ondertussen zelf meer heel, meer mens. Als je het zo bekijkt, komt bidden in een heel ander licht te staan.

Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven
wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
[Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid.]

Amen.