Geestelijke veerkracht (4): over hen die ons voorgingen en Hij die voorop gaat

Van ervaren hardlopers hoor je dat één van de mooie dingen van de marathon van Rotterdam (die nu misschien in het najaar doorgaat), het publiek is. Langs het hele parcours staan mensen de lopers aan te moedigen. Dit helpt mensen er soms doorheen als ze willen opgeven. Het Bijbelboek Hebreeën gebruikt dit beeld ook. Eerst wordt er een lange lijst namen genoemd van gelovigen die, ondanks tegenspoed, vol hielden tot het einde. En vervolgens zegt de schrijver:

Leestijd: 3 minuten

Er is dus een grote groep van mensen die ons door hun voorbeeld aanmoedigen. Laten we daarom alles uit ons leven wegdoen wat onze omgang met God in de weg staat, en alles waarin we God ongehoorzaam zijn. Het is alsof we een hardloopwedstrijd lopen die voor ons is uitgezet. We moeten geduldig tot aan het einde doen wat God van ons vraagt. Daarbij moeten we alleen op Jezus letten, want Hij is onze Leider. Hij wijst ons de weg en gaat voor ons uit. Hij is ons voorbeeld in het geloof. Hij verdroeg de dood aan het kruis en alle schande, omdat Hij wist hoe blij Hij daarna zou zijn. Nu zit Hij naast God op de troon. Denk dus alleen aan Hem. Hij heeft het verdragen dat de mensen niet naar Hem wilden luisteren en Hem zelfs hebben gedood. Als jullie daaraan denken, zullen jullie niet moe worden en niet opgeven. (Hebr. 12: 1-3)

Wij zijn niet de eerste gelovigen die te maken hebben met tegenspoed. We zijn ook niet de eerste gelovigen die te maken hebben met een gruwelijke epidemie. Eerder schreef ik al over hoe de eerste christenen in het Romeinse rijk omgingen met dodelijke ziekten. Maar ook in de Middeleeuwen had men hier in Europa mee te maken. Van de veertiende tot de achttiende eeuw had iedere stad elk decennium wel te maken met een plaag. Uitbraken van (besmettelijke) ziekten hoorden bij het ritme van het leven. Eén van de ergste ziekten was ‘de zwarte dood’, oftewel de pest. De sterftecijfers hierbij waren 60-90% (in vergelijking: bij COVID-19, is dat “slechts” 1–3 procent).

Maarten & Katharina

Aan de grote hervormer uit de 16e eeuw, Maarten Luther, ging de pest ook niet voorbij. Maarten Luther en zijn vrouw Katharina von Bora bestierden een bijzonder huishouden. Niet alleen hadden zij 6 kinderen en 11 pleegkinderen, ook stelden zij hun huis open voor armen, vluchtelingen en studenten.  Luther verloor niet alleen vrienden aan de pest, maar ook enkele van zijn eigen kinderen.

In 1527 werd de woonplaats van de Luhters, de stad Wittenberg, getroffen door een plaag. Veel inwoners sloegen op de vlucht. Maarten en Katharina kozen ervoor om achter te blijven, te zorgen voor zieken en stervenden en hun huis te veranderen in een noodhospitaal. In een brief aan een vriend schreef Luther:

‘Ik zal God bidden dat Hij ons genadig wil bewaren en beschermen. Vervolgens zal ik ontsmetten, de lucht helpen zuiveren, medicijnen toedienen en die ook zelf nemen. Ik zal plaatsen en personen mijden wanneer mijn aanwezigheid niet noodzakelijk is, om te voorkomen dat ik besmet raak en dan door mijn onachtzaamheid ook anderen besmet, met mogelijk hun dood tot gevolg. Als God mij tot zich wil nemen, dan weet Hij mij te vinden. Tot die tijd zal ik doen wat Hij van mij verwacht en ik zal niet verantwoordelijk zijn voor mijn eigen dood of de dood van anderen. Maar als mijn naaste mij nodig heeft, dan zal ik hem niet mijden maar vrijmoedig naar hem toegaan. Zo  is een Godvrezend geloof: het is niet onbezonnen en roekeloos, en het stelt God niet op de proef.’

Test

Luther was er van overtuigd dat God (op vaak verborgen wijze) zelfs in plekken van ziekte en dood het goede bewerkt. De angst voor lijden moet ons aanzetten tot gebed, bekering en zorg voor onze ziel en ons eraan helpen herinneren dat deze wereld niet ons blijvende thuis is. Luther zag de epidemie als een test voor het geloof en de liefde van de gelovigen. Dat geloof en die liefde uitten zich in aandacht en zorg voor het lichamelijke en geestelijke welzijn van de kwetsbaren, eenzamen, zieken en stervenden. Hij citeerde daarbij Psalm 41:2 : Het is heerlijk voor je als je opkomt voor mensen in nood. Want als je zelf in moeilijkheden komt, zal de Heer je redden.

Mensen als Luther en Katharina zijn een voorbeeld en inspiratie voor ons tijdens onze marathon in tijden van Corona. Ze staan aan de kant van de weg en moedigen ons aan om vol te houden. Maar dat is niet alles, zegt de schrijver van Hebreeën. Houdt tijdens de race je ogen steeds gericht op Jezus. Hij wist ons de weg en gaat ons vooruit. Hij is ons grote voorbeeld. Als je bedenkt hoe Jezus heeft geleden voor ons, dan zul je niet opgeven.

Een onwankelbaar Koninkrijk

Deze wereld kan schudden op haar grondvesten, maar: Het Koninkrijk dat we hebben gekregen, kan niet schudden. Het staat stevig en vast en zal dus blijven bestaan. Laten we daarom vast vertrouwen op Gods goedheid, en God dienen en aanbidden op een manier waar Hij blij mee is. Dat is dus: vol ontzag. (Hebr. 12:28)

Als we geloven dat God werkelijk God is, dan ligt het begin van geestelijke veerkracht in het vol ontzag hem aanbidden, wat er om ons heen ook gebeurt. Dat was het geheim van Luther en al die andere gelovigen die ons zijn voorgegaan!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *