Klagen en danken

In meerdere berichten heb ik het de afgelopen tijd gehad over gebed. In een crisis gaan mensen vaak meer en intenser bidden. Vaak gaat het dan om vragende gebeden, voorbeden. Vandaag wil ik, naar aanleiding van een reactie van een lezer, stil staan bij twee andere vormen van gebed: klagen en danken.

Leestijd: 2-3 minuten

We komen uit een tijd van crisis, maar eigenlijk is dat verkeerd gezegd. De crisis is nog niet voorbij. Er bestaat niet alleen de mogelijkheid op een nieuwe uitbraak van Covid-19, inmiddels heeft zich ook een zware economische depressie aangediend. En op dit moment zijn er nog steeds heel veel zieken en zitten er nog steeds mensen geïsoleerd thuis of in een verzorgingstehuis. Bovendien hebben de Black Lives Matter protesten een diepe ongelijkheid en ontevredenheid in onze samenleving blootgelegd en is het de vraag in hoeverre de polarisatie tussen mensen overbrugd kan worden, of dat deze juist zal toenemen. En dan zijn er nog altijd de vluchtelingencrisis en de klimaatcrisis. Behoorlijk deprimerend, als je het allemaal op je in laat werken.

Een typische reflex is dan ook om snel aan al dit lijden en onrecht  en deze zorgen voorbij te gaan en optimistisch en oplossingsgericht te denken (en op die manier te bidden). In een artikel in Time Magazine wijst vooraanstaand theoloog N.T. Wright erop dat er in de Bijbel veel ruimte is voor een andere reflex: klagen. De Psalmen, maar ook het boek Prediker en natuurlijk de Klaagliederen van Jeremia staan vol met uitingen van twijfel, pijn, boosheid, wanhoop en rouw.

Shai Linne en Jeremia

Zelf werd ik erg geraakt door een artikel op internet van de Amerikaanse christelijke hiphopartiest Shai Linne. Het is een eerlijk, rauw, confronterend en soms ook schokkend artikel over racisme in Amerika en hoe hem dat persoonlijk raakt, iedere dag opnieuw. Ik raad je aan om het te lezen. Na een opsomming van ervaringen die hij heeft meegemaakt en hoe hem dit een gevoel van trauma heeft opgeleverd, zegt hij:

“Maar dit is niet het hele plaatje. Hoewel ik diep bedroefd ben, ben ik niet zonder hoop. Persoonlijk heb ik weinig vertrouwen in onze regering of beleidsmedewerkers, als het gaat om  het veranderen van de systematische factoren die bijdroegen aan de George Floyd situatie. Maar mijn hoop is niet op de regering. Mijn hoop is op de Heer. In een andere context zei de profeet Jeremia een aantal dingen die bij mij resoneren terwijl ik hier doorheen ga: Gedenk mijn nood en mijn zwervend bestaan, de alsem en het gif. Telkens als ik mijn lot overdenk, ben ik diep terneergeslagen (Klaagl. 3:19, 20).”

Pijn en hoop

Linne vervolgt: ”Ik vind het geweldig dat de profeet de pijn niet minimaliseert, of net doet alsof het niet echt is. Er zijn drie hele hoofdstukken over ‘bitterheid en gal’ – en niet in de vorm van afgezaagde clichés in theologische termen. Jeremia erkent hoeveel pijn het doet en het resultaat is dat zijn ziel terneergeslagen is. Het gebeurt te vaak, dat als mensen pijn hebben, we de rol van de vrienden van Job kunnen aannemen, door dingen te zeggen die theologisch misschien wel juist zijn, maar ondertussen de pijn van hun lijdende vriend alleen maar verergeren. Eén van de meest pijnlijke dingen die we rouwende mensen kunnen aandoen, is dat zij hun pijn moeten rechtvaardigen aan ons.

Jeremia mediteert aandachtig over het trauma dat hem is overkomen door de hand van de Heer. Maar dan doet hij iets opmerkelijks in het volgende vers. Hij predikt tot zichzelf! Toch geef ik de hoop niet op, want hieraan houd ik vast: Genadig is de HEER! Wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen. Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. – Veelvuldig blijkt uw trouw! Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd. (Klaagl. 3:21-24)

Jeremia neemt een bewust besluit om te denken aan iets dat hoop wakker maakt: Gods karakter. Hij benoemt Gods genade, Gods ontferming, Gods trouw. Hij herinnert zichzelf eraan dat de HEER zijn bezit is. Jeremia weet dat hij en Israël het verdienen om verteerd te worden vanwege hun zonde – maar hij weet ook dat de God die corrigeert dezelfde God is die redt (:26).” Tot zover Shai Linne.

Dankbaarheid

Klagen mondt hier uit in dankbaarheid. En dankbaarheid is iets wat in een crisis misschien wat eerder vergeten wordt. In een eerdere post schreef ik hoe de Engelsman Richard Baxter zowel de Grote Pest als de Grote Brand van Londen meemaakte en hoe dat zorgde voor een boost van zijn gebedsleven. Zo merkte Baxter bij zichzelf op, dat hij met een andere intensiteit bad in tijden van tegenspoed, ziekte en armoede, dan in tijden van voorspoed, gezondheid en rijkdom. Tegenspoed leidde er bij hem toe dat hij ‘heimwee’ had naar die andere wereld en dat hij serieuzer met God bezig was.

Een collega mailde mij in reactie hierop: “In mijn beleving is het dankgebed ook intensief. We hebben veel, heel veel om te danken.” En dat is zeker waar! Zoals Jeremia zich midden in de crisis realiseert dat God er nog steeds is, dat zijn goedheid en genadegaven iedere dag weer nieuw zijn, zo mogen ook wij dat doen. Zoveel zegeningen van God vinden wij vanzelfsprekend, maar ze zijn het niet.

Laat ons danken

Dus laten we God danken. Voor zijn zorg. Voor zijn gunstbewijzen. Voor het geringe aantal zieken binnen onze regio tot nu toe. Voor vrede en vrijheid en welvaart. Voor uitstekende medische zorg en voorzieningen. Voor vriendschap en collegialiteit. Voor momenten van rust en bezinning.

Klagen, bidden en danken – het mag en kan allemaal samengaan in één gebed. Alles mogen we bij God brengen. Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren (Fil. 4:6-7). Zelfs midden in je eigen klaaggebed kan er dan blijdschap zijn, zoals Shai Linne en Jeremia en ook vele Psalmen laten zien. Daarom kan Paulus zelfs zeggen: Wees altijd blij. Bid zonder ophouden. Dank God altijd, wát er ook gebeurt. Want dat is wat God van jullie wil nu jullie bij Jezus Christus horen (1 Tess. 5: 16-18).

Wat de toekomst ook mag brengen, dit kunnen we altijd meenemen. Wat we ook kwijtraken, ”de HEER is mijn bezit”.

Dank, dank nu allen God
met hart en mond en handen
die grote dingen doet
hier en in alle landen
die ons van kindsbeen aan
ja van de moederschoot
zijn vaderlijke hand
en trouwe liefde bood

Lof, eer en prijs zij God
die troont in ’t licht daar boven
Hem, Vader, Zoon en Geest
moet heel de schepping loven
Van Hem, de ene Heer
gaf het verleden blijk
het heden zingt zijn eer
de toekomst is zijn rijk.

 (Liedboek voor de kerken 704)