Over standbeelden en aanbidding

Met enige regelmaat kom ik langs het standbeeld van Piet Hein, die van de zilverenvloot en die van de bekladding van vorige week. Fier staat hij daar uit te kijken over het water, maar tegelijk is hij (opnieuw) onderwerp van discussie. Is de zeevaarder/piraat Piet Hein zijn beeld wel waard?

Leestijd: 2-3 minuten

Dit weekend las ik in de Volkskrant een interessant artikel over de betekenis van beelden, van de hand van kunsthistoricus Wieteke van Zeil. Zij signaleert dat er een revolutie gaande is en dat die revolutie zich (net als alle andere revoluties) ook keert tegen levenloze dingen; steen, brons, schilderdoek en hout.

En dan zegt ze iets heel interessants: “Want die levenloze dingen, kunst en gebouwen, zijn stollingen van de waarden en ideeën van een cultuur. Ze geven prijs wat die cultuur aanbidt, bewust of onbewust. En élke cultuur aanbidt, ook de seculiere. Beelden zijn de iconen van een cultuur, die de mensen binnen die cultuur verbinden aan hun verleden. Door de iconen in de publieke ruimte te plaatsen, houden ze ook een belofte in voor de toekomst: wij blijven deze waarden koesteren, wij geven ze door aan de volgende generatie. Iconoclasme, het vernietigen van beelden, is altijd een poging de ander zijn moraal te ontnemen, en meestal een poging het verleden van de ander te wissen.” Vervolgens geeft ze daarbij allerlei voorbeelden, van de protestantse beeldenstorm in de Lage Landen tot de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon en de archeologische vernielingen door IS.

Elke cultuur aanbidt

Elke cultuur aanbidt. Maar wat of wie aanbidden wij dan? Soms zijn we ons daar niet eens van bewust. Aanbidding kan nationalistisch zijn, bijvoorbeeld. Het kan personen (idolen) betreffen. Maar soms is wat we aanbidden een stuk subtieler. David Foster Wallace, een (inmiddels overleden) Amerikaanse schrijver, hield in 2005 een openingsrede aan een universiteit, waarin hij dit benoemde. Wallace was geen gelovige, maar wat hij zei komt wel heel dicht bij wat de Bijbel zegt:

“De overtuigende reden om er misschien voor te kiezen om een soort God of spiritueel-achtig iets te aanbidden… is dat zo’n beetje al het andere dat je aanbidt, je levend zal verslinden. Als je geld en spullen aanbidt, als dat is waar je echte betekenis in het leven uithaalt, dan zul je altijd ervaren dat je nooit genoeg hebt. Aanbid je lichaam en schoonheid en seksuele aantrekkingskracht – en je zult jezelf altijd lelijk vinden. En als tijd en leeftijd zich kenbaar maken, dan zul je een miljoen doden sterven voordat ze je uiteindelijk begraven. Aanbid macht, je zult eindigen met jezelf zwak en bang te voelen en je zult alleen maar meer macht nodig hebben over anderen, om je gevoelloos te maken voor je eigen angst.  Aanbid je intellect, het gezien te worden als intelligent, en je eindigt ermee dat je je dom voelt, een oplichter, altijd op het punt om betrapt te worden. Maar het verraderlijke aan deze vormen van aanbidding is… ze zijn onbewust. Ze zijn standaard geprogrammeerd.”

Shema Yisrael

Te midden van de afgoden van deze wereld zegt de God van Israël: Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd. Vereer naast mij geen andere goden (Ex. 20:2-3). En de reactie van Israël was een belijdenis die tot op de dag van vandaag standhoudt: Hoor Israël, de HEER is onze God, de HEER is de enige. Heb daarom de HEER, uw God, lief, met hart en ziel en de inzet van al uw krachten (Deut. 6:4-5).

De joods-christelijke traditie heeft ons altijd geleerd dat het niet de bedoeling is om van deze God een beeld te maken. Zo staat het ook geschreven:  Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht. (Ex. 20:4-6)

Geschapen naar Gods beeld

Wij maken geen beelden van God, daarvoor is Hij te groot, te anders, te heilig. Maar er is nog een reden: het is niet de bedoeling dat wij een beeld van God hebben, maar dat wij een beeld van God zijn. In al onze veelkleurigheid en diversiteit vormen wij samen het beeld van God. Wij zijn immers geschapen naar Zijn beeld. Daarom is ieder mensenleven heilig en van grote en gelijke waarde. Het Evangelie van Jezus Christus houdt ons daarbij het volgende voor: ieder mens is zó waardevol, zo geliefd door God, dat Hij zijn leven daarvoor gaf.

Als je God wilt beschadigen, moet je dus mensen beschadigen. Als je mensen veracht, discrimineert, benadeelt omdat ze anders zijn dan jij (bijvoorbeeld omdat ze een andere kleur hebben, een lichamelijke of verstandelijke beperking, een andere seksuele geaardheid, een andere maatschappelijke positie, een andere leeftijd, etc.) dan pleeg je heiligschennis.

Aanbidding van de Ene Ware God

Andersom: als je God wilt aanbidden, dan doe je dat door anderen te aanvaarden, te respecteren en lief te hebben. Yale-professor Nicolas Wolterstorff zegt:  “God houdt ons verantwoordelijk voor hoe we met elkaar omgaan – en hoe we met God omgaan. Het is dit raamwerk van overtuigingen dat heeft geleid tot onze morele subcultuur van rechten. Als dit kader afbrokkelt, denk ik dat we ervan uit moeten gaan dat onze morele subcultuur van recht en gerechtigheid zal afbrokkelen, waardoor we langzaam terugkeren naar tribale gedragsvormen.’’

Met andere woorden: onze samenleving en hoe we daarin met elkaar omgaan moet gebaseerd zijn op de aanbidding van de Ene, Ware God. Door zorgzaam en rechtvaardig met anderen om te gaan, richten we een standbeeld op voor Hem. Net zo goed als dat geldt voor de samenleving, geldt dat voor onze individuele levens: wie/wat aanbid je? Uiteindelijk zullen geluk en zegen je deel zijn als je de God van Israël aanbidt.